borgketting
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɔrxkɛtɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ketting, die dient om het loswerken, uitschieten of verschuiven van een lading te voorkomen
- veiligheidsketting bij spoorwagens die ingeval de koppeling breekt, het geheel losraken van het rijtuig voorkomt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek