borgketting

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɔrxkɛtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ketting, die dient om het loswerken, uitschieten of verschuiven van een lading te voorkomen
  2. veiligheidsketting bij spoorwagens die ingeval de koppeling breekt, het geheel losraken van het rijtuig voorkomt