woorden
boek
Start
›
B
›
bopper
bopper
mannelijk (de)
/'bɔpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
schoeisel
(schoeisel) puntige schoen met dikke zolen
muziek, dans, beroep
(muziek) (dans) (beroep) iemand die bebop danst of speelt
Etymologie
* uit het Engels
Verwante woorden
boppers
boppertje
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bop
boppers →