boothuis
onzijdig (het)/ˈbothœys/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- overdekte steiger waarin een of meer kleine bootjes een ligplaats kunnen hebbenIk heb mijn roeiboot in een boothuis liggen zodat ik haar nooit hoef leeg te hozen na een regenbui.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek