boort

onzijdig (het)/bort/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afval bij het slijpen van diamanten, dat fijngestampt weer als slijppoeder gebruikt kan worden
    Hij duwde een deur open en het machine-geraas der zaal kletterde vol op hem toe, egaal, dof van kreuning, behamerd door 't metalen geklik van een mortier, waarin 'n potjongen boort stampte.

Etymologie

*: "boor" met de uitgang -t