bonusverbod

onzijdig (het)/'bonʏsfərbɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) een beperking op het uitkeren van extra beloningen (bonussen) bovenop het basissalaris, vooral aan bestuurders en directieleden van bedrijven, als voorwaarde voor het ontvangen van overheidssteun zoals de NOW-regeling tijdens de coronapandemie, om te voorkomen dat kapitaal wegvloeit en om de financiële stabiliteit te bevorderen