Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bonusvader

mannelijk (de)/ˈbonʏsˌfadər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die de nieuwe mannelijke partner is van iemands moeder
    Het was een fijne belevenis, ook al zeurde Erkki erover dat de film zo lang was als zeven zware jaren, en later had hij het vooral over de vreselijke bisschop Vergérus en papa moest beloven dat hij nooit zo'n bonusvader zou worden. Dat beloofde hij natuurlijk, nadat hij kort had nagedacht over wat bonusvader kon betekenen.
    Jan-Willem is bonusvader van de twee jonge zoons van zijn vriendin: ‘Ik had nog nooit een luier verschoond’.