bonken
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) een dof stotend geluid voortbrengen door hard ergens tegenaan te slaanGeërgerd door het feestgedruis bonkte hij tegen de muren.
- het hart in de keel voelen bonken: zeer gespannen zijnUiteindelijk was het niet meer dan 50 meter die ik moest overbruggen, maar toen het eenmaal voorbij was voelde ik mijn hart nog woest in mijn keel bonken.
Etymologie
* In de betekenis van ‘geslachtsgemeenschap hebben’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1988
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek