bondskanselier
mannelijk (de)/ˈbɔntskɑnsəˌlir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (regering) hoofd van de regering in de Bondsrepubliek Duitsland of OostenrijkIn het kabinet van de joodse, sociaaldemocratische bondskanselier van Oostenrijk, Bruno Kreisky, die regeerde van 1970 tot 1983, zaten maar liefst vijf ministers met een NSDAP-verleden [http://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/6672/de-problematische-denazificatie-van-oostenrijk.html de problematische denazificatie van Oostenrijk]
- (regering) ambtenaar die leiding geeft aan de staf van de regering van Zwitserland
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek