bommenlegger

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die ergens een explosief heeft geplaatst met als doel omdat explosief tot ontploffing te brengen
    Bij een afzonderlijk incident in Austin, Texas liet iemand recentelijk bompakketjes achter bij woonhuizen. Die ontploften wel, waardoor twee mensen om het leven kwamen en anderen gewond raakten. De verdachte bommenlegger blies zichzelf op toen de politie hem op de hielen zat. Reformatorisch Dagblad 27-03-2018 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/arrestatie-na-zenden-bompakketjes-washington-1.1476981 Arrestatie na zenden bompakketjes Washington]
    ,,Ik ben niet gewelddadig", zegt G. vrijdag aan het begin van de rechtszaak. De bommenlegger hoort door het OM tien jaar cel en tbs met dwangverpleging tegen zich eisen voor zijn zogenaamde 'vergismoord'. Tubantia 11-01-17, [https://www.tubantia.nl/algemeen/bommenlegger-milco-g-ruud-moet-in-de-hens~a770c4a8/ Bommenlegger Milco G: Ruud moet in de hens]

Vertalingen

Engelsbomber