bombam

onzijdig (het)/ˈbɔmbɑm/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. weergaven van het geluid van een luidende klok
    {{ouds|1935/46
    {{ouds|1805
zelfstandig naamwoord
  1. geluid van een luidende klok
    Wij zagen niets, slechts een enkele keer een voetganger. Tot het holle bombam, twaalf slagen van een torenklok, de nacht doortrilde.
zelfstandig naamwoord
  1. klok die kan worden geluid
  2. huishouden (huishouden) handvat dat van boven het bed hangt als hulp bij het opstaan
    {{ouds|1935/46

Etymologie

*(m) [2]: afgeleid van "bombammen"