bojaar

mannelijk (de)/bo'jar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) adellijk grootgrondbezitter in de Slavische landen vanaf de 10e eeuw tot de revoluties

Etymologie

* Leenwoord uit het Russisch, in de betekenis van ‘adellijke grootgrondbezitter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824

Vertalingen

Spaansboyardo