boezemvriend
mannelijk (de)/ˈbuzəmˌvrint/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een persoon met wie men een diepe verwantschap ervaart op het gebied van vriendschap.Zij was niet getrouwd met haar boezemvriend.Voor de zoveelste maal maakte hij een saluutgebaar naar Teun, die in acht dagen tijd van een volstrekt onbekende tot een boezemvriend was uitgegroeid.
Vertalingen
Engelsbuddy
Fransami de coeur
DuitsBusenfreund
Spaanscompañero del alma, alma gemela
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek