woorden
boek
Start
›
B
›
boezelaar
boezelaar
mannelijk (de)
/'buzəlar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
keukenschort gedragen om de kleding tegen morsen te beschermen
Etymologie
van boezelen (verouderd werkwoord)
Synoniemen
keukenschort
voorschoot
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← boezel
boezelaars →