boerka

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈburka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) het gehele lichaam, inclusief gezicht en ogen, verhullend gewaad dat vrouwen volgens streng islamitische opvattingen in het openbaar behoren te dragen
    Tijdens het taliban-regime moesten alle vrouwen in Afghanistan buitenshuis weer een boerka dragen.
  2. kleding (kleding) wollen mantel voor mannen, traditioneel gedragen door Kozakken en bewoners van Kaukasus
    Voorop reed een lange, magere man in kostbaar Tataars gewaad, gevolgd door drie knechten, die de gewone kemelsharen mantel, de boerka, droegen.

Etymologie

*[2] van "бу́рка" (bóérka)

Vertalingen

Engelsburqa, burka
Fransburqa
DuitsBurka
Spaansburka
Italiaansburqa
Portugeesburca
RussischПаранджа
Chinees波卡
Japansブルカ
Koreaans부르카
Arabischبرقع
Turksburka
Poolsburka
Zweedsburka
Deensburka