boerentram

mannelijk (de)/ˈburə(n)ˌtrɛm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer, informeel (verkeer) (informeel) (België) personenvervoer tussen stad en platteland per rail over de openbare weg
    Nog meer dan de trein is de buurtspoorweg het vervoermiddel van de smokkelaar geworden. De boerentram, zoals hij in de volksmond wordt genoemd, is het vehikel voor oud en jong, is de held van de smokkeloorlog. Legendarisch worden de boerentrams die uit Antwerpen naar de Kempen vertrekken of uit Brussel het Pajottenland inrijden.

Etymologie

*, zo genoemd omdat de verbinding door boeren werd gebruikt om naar de stad te gaan