boekworm

mannelijk (de)/ˈbukwɔrᵊm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die veel boeken leest
    Boekwormen die de geïllustreerde bladwijzers van Jeroom, Judith Vanistendael of Brecht Evens gemist hebben, kunnen nog tot 16augustus voor een exemplaar terecht in de bib. De Standaard 15 JULI 2009 [http://www.standaard.be/cnt/cp2cmlro Bladwijzer]
  2. insect dat gaatjes in papier boort
    „Blom stelt zich voor dat in bibliotheken over de hele wereld vraatzuchtige boekwormen alle documenten na 1914 hebben vernietigd. Geen Verdun, geen beurskrach, geen Auschwitz, geen Goelag. Hij bekijkt de eerste veertien jaar van de vorige eeuw van binnenuit, onbevangen. Een tijd van snelheid en energie, zoals de raceauto op het omslag die op drie wielen door de bocht gaat. Machines maakten spierkracht overbodig. Hierdoor ontstond het gevoel: waar zijn de echte mannen, de ridders die vechten voor een ideaal? NRC Toine Donk 23 november 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/11/23/zie-jij-rutte-met-sabel-duelleren-12581938-a1102172 Zie jij Rutte met sabel duelleren?]