boekvink
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbukfɪŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) bepaald soort vogel,
Etymologie
* , in de betekenis van ‘zangvogel’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Vertalingen
DuitsBuchfink
Spaanspinzón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek