bock

/bɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drinken (drinken) zwaar, wat zoeter smakend bier, met een donkere kleur
    Nog steeds zit deze bock in de standaard Nederlandse bierfles die in 1986 geïntroduceerd is.
    Over Bavaria was ik weer tevreden, het bock van Hertog Jan smaakte me prima.

Etymologie

*(verkorting) van "bockbier"