blouson
mannelijk (de)/bluˈzɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kort, wijd jasje dat hoort bij casual kledingBlousons werden gecombineerd met kokerrokken met een panterprint en het klassieke ‘Out of Afrika’ beeld was compleet. En dat ouderwetse gevoel was precies het probleem van de show. Oversizede jasjes waren in de jaren tachtig een hit en maakten een paar jaar geleden een comeback. Maar zowel Afrika als de jaren tachtig zijn nu niet aan de orde. De Telegraaf SELMA OGTEROP 08 nov. 2012 [https://www.telegraaf.nl/vrouw/1211511/madelieven-panterprints-en-schuifspeldjes Madelieven, panterprints en schuifspeldjes]
- windjack als deel van politie-uniformDe politie stelt in een reactie dat „van meet af aan” vaststond dat agenten die extra zichtbaar moeten zijn, een goedgekeurd zichtbaarheidsvest of een gele zogenoemde blouson moeten dragen. De Telegraaf 28 feb. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/857437/politie-uniform-voldoet-wel-aan-de-eisen Politie: uniform voldoet wel aan de eisen]
Etymologie
* van "blouson"
Vertalingen
Engelswaister jacket
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek