blokschaaf

mannelijk/vrouwelijk (de)/'blɔksxaf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) een werktuig om hout glad, vlak of dunner te maken
    De blokschaaf is min of meer de standaardschaaf van de timmerman.

Vertalingen

Engelsplane
Fransrabot
DuitsHobel
Spaanscepillo, guillame
Italiaanspialla, piallatrice
Portugeesplaina
Russischрубанок
Turksrende
Poolshebel, strug
Zweedshyvel
Deenshøvl