bloemvorm

mannelijk (de)/'blumvɔrm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. qua vorm lijkend op een bloem
    Koen maakte de pops zelf ook in de vorm van cupcakes, met de hand gemodelleerd. „Dan draai je van het kruimel-crèmemengsel eerst een balletje en duw je daarna een kleine koekjesuitsteker in bloemvorm van ongeveer 2 centimeter hoog aan de onderkant in het balletje. Zo ontstaat de vorm van het baking cupje, eigen aan de cupcake.” Reformatorisch Dagblad Mariëlle Oussoren-Buys 18-02-2011 [https://www.rd.nl/meer-rd/consument/nieuwe-trend-cake-op-stok-1.596553 Nieuwe trend: Cake-op-stok]
  2. de vormen van bloemen
    De borders zijn weelderig, een explosie van kleuren, met vaak verrassende combinaties van blad- en bloemvormen. Tot diep in de herfst valt in deze tuin iets te beleven. De Standaard 30/10/2011 om 09:00 door Els Groessens [http://www.standaard.be/cnt/dmf20111027_193 Zuidoost-Engeland, traditie met een vleugje humor]