bloempot
mannelijk (de)/ˈblumpɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- pot van aardewerk of kunststof waarin men een plant kweektIk drukte mijn sigaret uit in de bloempot die ons tot asbak had gediend. Hij deed hetzelfde en sprong overeind om zich over mijn bagage te ontfermen.
Vertalingen
Engelsflowerpot
Franspot de fleurs
DuitsBlumentopf
Spaanstiesto, maceta
Italiaansvaso da fiori
Deensurtepot
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek