bloemlezing
vrouwelijk (de)/'blumlezɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een boek samengesteld uit een keuze van werken van een of meer schrijvers, compilatiewerk, anthologie- Joost Zwagerman heeft enkele bloemlezingen uit de Nederlandse en Vlaamse literatuur samengesteld.- Ik proef iets wat bedorven is. Zo heet de verzameling hekeldichten waarin Nederlandse dichters hun boosheid uiten over een reeks onderwerpen. De bloemlezing is een initiatief van de voormalige Rotterdamse stadsdichter Daniël Dee, zijn gewezen Vlaardingse evenknie Benne van der Velde en Alexis de Roode van het Utrechts stadsdichtersgilde. Zij dragen er uit voor tijdens de Rotterdamse presentatie van de doos van Passage, een collectie van tien nieuwe dichtbundels. NRC 8 april 2016
Etymologie
* van bloemlezen
Vertalingen
Engelsanthology, chrestomathy
Fransflorilège
Spaansantología
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek