bloeduitstorting

vrouwelijk (de)/ˈblutœytstɔrtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) ophoping van bloed in of onder de huid na een bloeding, meestal gepaard met een zwelling en een blauwe plek
    Na de val van zijn fiets had ik een grote bloeduitstorting op mijn knie.

Vertalingen

Engelshematoma, bruise
Franshématome
DuitsBluderguss
Spaanshematoma, efusión de sangre, hemorragia