bloedhond
mannelijk (de)/'bluthɔnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- Brits hondenras, hoogbenig, kortharig, grote kop met losse huid, lange hangende oren en een lange staart
- wreed, bloeddorstig mens
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1567
Vertalingen
Engelsbloodhound
Franslimier
DuitsBluthund
Spaansperro de presa, perro mastín, perro de San Huberto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek