blinddoek
/'blɪnduk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- over de ogen gebonden reep ondoorzichtige stof om het zien te verhinderenNiet voor niets draagt Vrouwe Justitia een blinddoek.Bij het spelletje ezeltje prik heeft het kind een blinddoek om.
Vertalingen
Engelsblindfold
Fransbandeau
DuitsAugenbinde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek