blikschade
mannelijk/vrouwelijk (de)/'blɪksxadə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- schade aan de carrosserie van een auto zonder dat er lichamelijk letsel isRacebaas Bernie Ecclestone vreesde voor het meest saaie Formule 1-seizoen in de geschiedenis met opnieuw een slaapverwekkende dominantie van Mercedes. Saai is het bepaald niet geworden, de GP van Brazilië was daar gisteren nog eens de bevestiging van. Veel turbulentie, blikschade en spanning - in een regenrace krijgt de Formule 1 de onvoorspelbaarheid waar de fans van smullen. NRC Harry Meijer 13 november 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek