blikopener

mannelijk (de)/ˈblɪkopənər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden, gereedschap (huishouden) (gereedschap) een stuk gereedschap voor het openen van blikken
    Het concervenblik was uitgevonden voordat er een blikopener was.

Vertalingen

Engelstin opener
Fransouvre-boîtes
DuitsDosenöffner, Büchsenöffener
Spaansabrelatas
Italiaansapriscatole