blieven

/ˈblivə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, voeding (ov) (voeding) lusten [1], lekker vinden
    Bartje blieft geen bruine bonen.
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) lusten [2], aangenaam, fijn, aardig e.d. vinden
  3. ditr, figuurlijk (ditr) (figuurlijk), met meewerkend voorwerp lusten [3], aanstaan [1], bevallen [1], behagen

Etymologie

*van "believen"