blesseren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) lichamelijk letsel toebrengen
    De ongelukkige botsing van de twee spelers blesseerde hen beiden.
  2. refl (refl) lichamelijk letsel oplopen
    Hij heeft zich in de wedstrijd lelijk geblesseerd.
  3. Lijdende vormen met worden zijn zeldzaam; meestal wordt gekozen voor een ergatieve constructie met raken
    Beide spelers raakten geblesseerd.
  4. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het blesseren in de tweede betekenis erin.
  5. enz.

Etymologie

*Van het Franse blesser