blauwzucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈblɑuzʏxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) donkerpaarse verkleuring van de huid door zuurstofgebrek
    Een overdosis nitraat kan tot blauwzucht leiden, een ziekte die wordt gekenmerkt door zuurstofgebrek.

Uitdrukkingen

  • krijg het blauwzucht