blanket

onzijdig (het)/blɑŋˈkɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) getekende volmacht waar nog niet op staat waarvoor zij is verleend of hoe zij is beperkt, zodat de volmachtnemer dat zelf kan invullen
    De voorlaatste door BA opgestelde oorkonde (…) is buiten de kanselarij, op een blanket, geschreven, vermoedelijk door een Luikse geestelijke: dat zou de aartsdiaken Adelbold kunnen zijn.
zelfstandig naamwoord
  1. cosmetica, verouderd (cosmetica) (verouderd) smeersel of poeder waarmee men de huid witter maakt
    In die "De Cultu Feminarum" geeft Tertullianus er de vrouwen van langs op een manier die niet voor de poes is. Hij gaat tekeer tegen het blanket, tegen het opmaken van het haar en zo meer.
  2. figuurlijk, pejoratief (figuurlijk) (pejoratief) uiterlijke aanpassing om iets te verbergen
    {{ouds|1805
zelfstandig naamwoord
  1. fruit (fruit) benaming voor sommige witgele peren
    {{ouds|1805
zelfstandig naamwoord
  1. halffabrikaat bij het maken van rubber
    Dit heeft gemaakt, dat thans veel sheety crêpe, vooral die van iets afwijkende kwaliteit (verlegen, iets vuil enz.), wordt verwerkt tot blanket in de verwerkingsfabrieken.

Etymologie

*[D] van "blanket"