blanket
onzijdig (het)/blɑŋˈkɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) getekende volmacht waar nog niet op staat waarvoor zij is verleend of hoe zij is beperkt, zodat de volmachtnemer dat zelf kan invullenDe voorlaatste door BA opgestelde oorkonde (…) is buiten de kanselarij, op een blanket, geschreven, vermoedelijk door een Luikse geestelijke: dat zou de aartsdiaken Adelbold kunnen zijn.
zelfstandig naamwoord
- (cosmetica) (verouderd) smeersel of poeder waarmee men de huid witter maaktIn die "De Cultu Feminarum" geeft Tertullianus er de vrouwen van langs op een manier die niet voor de poes is. Hij gaat tekeer tegen het blanket, tegen het opmaken van het haar en zo meer.
- (figuurlijk) (pejoratief) uiterlijke aanpassing om iets te verbergen{{ouds|1805
zelfstandig naamwoord
- (fruit) benaming voor sommige witgele peren{{ouds|1805
zelfstandig naamwoord
- halffabrikaat bij het maken van rubberDit heeft gemaakt, dat thans veel sheety crêpe, vooral die van iets afwijkende kwaliteit (verlegen, iets vuil enz.), wordt verwerkt tot blanket in de verwerkingsfabrieken.
Etymologie
*[D] van "blanket"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek