blamage

vrouwelijk (de)/bla'maʒə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een afgang veroorzaakt door eigen falen
    De actie werd een complete blamage.

Etymologie

* van blameren

Vertalingen

Engelsdisgrace
Franshonte, déshonneur
DuitsBlamage
Spaansvergüenza, deshonra