bladvorm

mannelijk (de)/'blɑtfɔrm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de globale omtrek, bladoppervlak, bladrand, bladtop, bladvoet, bladsteel, mate van insnijding, nervatuur en samengesteldheid van de bladeren van zaadplanten (kruidachtige planten, struiken, loofbomen en naaldbomen)

Vertalingen

Spaansacícula