bladluis
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈblɑtlœys/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (halfvleugeligen) klein plantenetend schadelijk insect dat zich met stekende en zuigende monddelen (stiletten) passief voedt met sappen uit het floëem. Het floëemsap stroomt door de zeefvaten en staat onder hoge druk. Het wordt door de plant in het voedselkanaal van de bladluis geperst zodra de stiletten een floëemvat aanprikken
Vertalingen
Engelsgreenfly, aphid
Franspuceron
DuitsBlattlaus
Spaanspulgón, áfido
Zweedsbladlus
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek