bladeren

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbladərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) vluchtig een boek of andersoortig document (zoals een webstek) doorkijken
    Ze bladerde door het WikiWoordenboek.
    Deze meneer zat de krant te lezen, althans probeerde het, maar de wind wilde op zijn eigen manier door het nieuws bladeren, greep de linkerbovenkant en veranderde die in een bundel ordeloos fladderend papier. De eigenaar gaf geen krimp, trok op een bovenbeen de rommel recht en probeerde weer te lezen. Een gevecht tussen mens en natuurkrachten, altijd weer een boeiend schouwspel. S. Montag NRC 21 mei 2016
    Ik zakte teleurgesteld neer op een houten bankje naast het raam en opende het gastenboek van het café dat als ‘trail-register’ fungeerde. Hierin stonden alle namen van de hikers die me voor waren geweest. Ik bladerde erdoorheen en las eindeloze verhalen over hoe geweldig die burger was: ‘Goddelijk – al dat lopen waard’, ‘Drie Michelinsterren’, ‘Nog nooit zo’n grote burger gezien’ en ‘Ik ga een franchise openen in Londen’.
zelfstandig naamwoord
  1. kaartspel (kaartspel) een van de vier Duitse kleuren in het kaartspel

Etymologie

*afgeleid van "blad"

Vertalingen

Engelsleaf through
Spaanshojear