bivakmuts

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bivɑkmʏts/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofddeksel (hoofddeksel) muts die het hele hoofd bedekt, nek inbegrepen, met openingen om door te kijken en te ademen

Etymologie

* In de betekenis van ‘wollen muts die het hele gezicht behalve de ogen bedekt’ voor het eerst aangetroffen in 1915

Vertalingen

Engelsbalaclava
Franscagoule
DuitsKapuzenmütze
Spaanspasamontañas
Italiaanspassamontagna
Zweedsrånarluva