woorden
boek
Start
›
B
›
bitsheid
bitsheid
vrouwelijk (de)
/bɪtsɦɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het bits zijn of zo overkomen
De bitsheid van die vrouw irriteert veel mensen.
Etymologie
*Afleiding van bits .
Verwante woorden
bits
bitse
bitser
bitsheden
bitsig
bitsige
bitsiger
bitsigheden
bitsigheid
Bitsingen
bitst
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bitsheden
bitsig →