bissen

/ˈbɪsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een studiejaar overdoen na gezakt te zijn
    Hij biste maar één keer.
    In België leggen de studenten aan het eind van het jaar (juni) examens af met een herhaalmogelijkheid in september. Als studenten dan niet alle examens hebben gehaald moeten zij het gehele jaar opnieuw doen (bissen). B.W.A. Jongbloed, J.B.J. Koelman & J.J. Vossensteyn NRC 10 december 1992.

Etymologie

*van bis en Latijn "bis" "tweemaal"

Vertalingen

Engelsretake
Fransredoubler