bisschopswijn
mannelijk (de)/ˈbɪsxɔpsˌwɛin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (drinken) purper rode, warme wijn, die in Nederland in de periode vlak voor en tijdens Sinterklaas wordt gedronken
Etymologie
* In de betekenis van ‘warme wijn’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek