bisamrat
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bizɑmrɑt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (knaagdieren) middelgroot waterbewonend zoogdier, familie van de knaagdieren, omnivoor
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in 1872
Vertalingen
Engelsmuskrat
Fransrat musqué
DuitsBisamratte
Spaansrata almizclera
Italiaanstopo muschiato
Zweedsbisam
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek