birambi

mannelijk/vrouwelijk (de)/bi'rɑmbi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vingerlange zure vruchtjes uit de Surinaamse en Aziatische keuken
    In de pakweg vijf uur die ik er doorbracht haalde ze steeds weer nieuwe, eigengefabriceerde heerlijkheden tevoorschijn die ik mocht proeven. Tonnen met Chinese saus voor chow mein (noedels) en rode marinade voor kippenpootjes, grote potten met chutney van lemmetjes (limoenen) en ingemaakte birambi (zure vruchtjes), schalen met kaaskoekjes, maizenakoekjes, fiadoe (zoet gistbrood). NRC Janneke Vreugdenhil 4 juli 2007 [https://www.nrc.nl/nieuws/2007/07/04/mavis-11352343-a1003313 Mavis]
    Mavis leerde mij pom koken op een regenachtige zondagmiddag in een garage in de Bijlmer. Ze liet me amsoi (mosterdkool) proeven en ingemaakte birambi (vingerlange zure vruchtjes) ze liet me zien hoe ze dagoeblad (waterspinazie) schoonmaakte, antroewa (een soort kleine, groene aubergines), tajerblad en sopropo (bitterkomkommer). NRC Janneke Vreugdenhil 2 juli 2007 [https://www.nrc.nl/nieuws/2007/07/02/surinaamse-verkenning-11351078-a383246 Surinaamse verkenning]
    Bij een Surinaamse kraam kocht ik een zakje zuurgoed. De in azijn ingemaakte vruchten (birambi, carambole, mango) bleken stevig naar kruidnagel te smaken en er waren onmiskenbaar ook een paar Madame Jeanettepepers overheen gevlogen. Ideaal spul om een wat saai uitgevallen rijstmaaltijd mee op te peppen. NRC Janneke Vreugdenhil 12 augustus 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/08/12/heel-de-wereld-op-de-haagse-markt-1280668-a719804 Heel de wereld op de Haagse markt]