bioscoop
mannelijk (de)/bijɔsˈkop/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (media) gebouw waarin mensen in stoelen naar een film geprojecteerd op een groot scherm kunnen kijkenSamen met je vriendje of vriendinnetje naar de bioscoop gaan is een favoriet uitje voor jongeren.Oudere bezoekers vormen de harde kern van het publiek van de 113 gesubsidieerde filmtheaters in Nederland. Volgens de Stichting Filmonderzoek zijn de meeste bezoekers 40- tot 54-jarigen. Op de tweede plaats komen de 65-plussers. In commerciële bioscopen is juist het bereik onder jongeren het hoogste en komen ouderen het minste.Claudia Kammer NRC 28 april 2016Tegenwoordig kon ik haar elke week meevragen naar een lunchroom en de bioscoop en ik had haar eindelijk mee kunnen nemen naar Rebel Without a Cause met James Dean, die een jaar lang uitverkocht was geweest.
- (verouderd) apparaat waarmee filmvoorstellingen worden verzorgd{{ouds
Etymologie
**[2] in de oorspronkelijke betekenis, vernoemd naar de Duitse Bioskop, een filmprojector ontwikkeld door de gebroeders [https://en.wikipedia.org/wiki/Bioscop Skladanowsky] in 1895, waarmee ze in een theater een betalend publiek een filmprogramma in Berlijn vertoonden. Vanaf 1896 organiseerden ze dit ook in Nederland en Scandinavië (zie vindplaats hieronder).
Vertalingen
Engelscinema, movie theater
Franscinéma
DuitsKino
Spaanscine
Poolskino
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek