biologie
vrouwelijk (de)/ˌbijoloˈɣi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wetenschap) de wetenschap van de levende wezens, levensvormen en levensverschijnselenDe Fransman Louis Pasteur - de vader van de biologie van de micro-organismen, en geboren in 1822 - voorspelde het al: „Het zijn de microben die het laatste woord zullen hebben.”. Koert Lindijer NRC 11 mei 2016
- schoolvak dat gaat over de levende natuurOp de middelbare school krijgen alle leerlingen biologie.
Etymologie
*Ontleend aan het Duitse Biologie, van een hypothetisch Oudgrieks βιολογία (biología). Dit is een samenstelling van βίος (bíos; "leven") en λόγος (lógos; "rede, leer") (-ía; vormt abstracta)
Vertalingen
Engelsbiology
Fransbiologie
DuitsBiologie
Spaansbiología
Italiaansbiologia
Portugeesbiologia
Russischбиология
Poolsbiologia
Zweedsbiologi
Deensbiologi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek