binnenvertrek
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kamer in een woningZe staan in het gangpad met de muurverf. Gote kijkt naar de schappen en fronst, alsof hij uit zijn hoofd iets uitrekent. Ten slotte pakt hij er zes grote emmers uit. Wit, voor binnenvertrekken, voordelige kwaliteit.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek