binnenvertrek

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kamer in een woning
    Ze staan in het gangpad met de muurverf. Gote kijkt naar de schappen en fronst, alsof hij uit zijn hoofd iets uitrekent. Ten slotte pakt hij er zes grote emmers uit. Wit, voor binnenvertrekken, voordelige kwaliteit.