binnenvaartschipper

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die voor zijn beroep vaart op schip dat niet op zee vaart
    Twintig jaar geleden maakte binnenvaartschipper Jan Veldman een soortgelijk incident mee. In de rijst uit Guyana die zijn schip aan boord had zaten nog fosfinetabletten, waardoor een te hoge concentratie van de giftige stof ontstond.
    Twintig jaar geleden maakte binnenvaartschipper Jan Veldman een soortgelijk incident mee. In de rijst uit Guyana die zijn schip aan boord had zaten nog fosfinetabletten, waardoor een te hoge concentratie van de giftige stof ontstond.