billijken

/ˈbɪləkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) goedkeuren of toestaan
    Ik kan het gedrag van die jongen niet billijken.
    Dat ze partij voor haar man trok, was te billijken.

Etymologie

*afgeleid van billijk

Vertalingen

Engelsapprove
Spaansaprobar