bijzettafeltje

/'bɛɪzɛtafəlcə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meubel (meubel) laag tafeltje dat gebruikt wordt om kleinere voorwerpen op te zetten, vooral gebruikt als tafeltje naast een stoel om er een glas, kopje, bordje of asbak op te zetten
    De vier passen naar het bijzettafeltje zeiden meer dan woorden konden doen. De loop van een gebroken man.

Etymologie

*[1] afgeleid van "bijzettafel"