bijt

mannelijk/vrouwelijk (de)/bɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gat dat geslagen werd door een mens in het ijs van een bevroren wateroppervlak

Etymologie

*: "bijt" met de uitgang -en

Uitdrukkingen

  • dat is een vreemde eend in de bijtdat is iemand die niet past in de groep

Vertalingen

Engelshole in the ice
Franstrou dans la glace
DuitsWune, Eisloch
Spaansagujero en el hielo
Poolsprzerębel