bijscholing
vrouwelijk (de)/'bɛɪsxolɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het bijscholen d.w.z. het geven van extra scholing aan reeds geschoolde personen om hun vakbekwaamheid of kennisniveau op peil te houden
Etymologie
* van bijscholen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek